1974 | Vlieland: Een patient voor de Beaver.

De Beaver was een vleugelvliegtuig van de Koninklijke Luchtmacht op de Vliegbasis Leeuwarden en was tot 1974 beschikbaar voor patiëntenvluchten vanaf de Waddeneilanden. Op Vlieland landde het vliegtuig aanvankelijk op een aangelegde grasbaanstrip in de vierde Kroonpolder, mar later toch weer ‘gewoon' op het strand. Het volgende verhaal is fictief, maar toch sprekend, omdat vele patiënten vluchten vanaf Vlieland zo werden uitgevoerd.

 


Gerelateerde informatie

De Hanomag-taxibus van de FRAM voor de garage aan de Willem de Vlaminghweg op Vlieland, die gebruikt werd als ziekenauto. (Bron: Collectie Gerrit Brouwer, Vlieland)

De Hanomag-taxibus van de FRAM voor de garage aan de Willem de Vlaminghweg op Vlieland, die gebruikt werd als ziekenauto. (Bron: Collectie Gerrit Brouwer, Vlieland)

 Gevallen op een strekdam

Voorjaar 1974. Een regenachtige zondag. De reguliere busdienst van de FRAM (Friese Autobus Mij) op het eiland is schijnbaar het enige vervoer op de weg. Veel ‘badgasten' zijn er niet. En die er zijn, laten zich niet zien. De zomerhuisjes zijn lang niet allemaal bezet. Toch pikt Gerrit Brouwer met zijn busdienst enige toeristen op langs de weg. Officieel moeten de mensen bij de bushalte staan, maar zo langzamerhand weet iedereen ook wel dat de bus stopt als je je hand opsteekt. Voor Gerrit maakt het niet uit. Hij geniet van zijn werk. Waneer hij de Badweg verlaat en over de Willem de Vlaminghweg naar de boothalte rijdt, ziet hij zijn vrouw Thea bij de FRAM garage staan. ‘Dat voorspeld al niet veel goeds' denkt Gerrit en brengt de Hanomag bustaxi tot stilstand (foto 1). Bij het openen van de deur zegt zijn vrouw al gelijk wat er aan de hand is. ‘Een klein meisje van 14 jaar, is met haar rug op een strekdam gevallen. Moet vervoerd worden met de Beaver' (foto 2). ‘Oké' zegt Gerrit en rijdt snel door naar de boothalte om de passagiers af te leveren.

Met de Hanomag naar het CSK

Snel terug naar de FRAM garage. Inmiddels is daar ook Anne Dijkstra al gearriveerd. Anne is de tweede man bij de Vlielandse busdienst van de FRAM. Anne heeft al meer details doorgekregen van dokter Mellema, de huisarts. Het blijkt een meisje te zijn uit Almelo dat met har ouders een weekendje op Vlieland is. Dokter Mellema vindt dat het patiëntje zo snel mogelijk moet worden vervoerd. De Vlielandse huisarts had onmiddellijk de ernst van het ongeval ingezien. Hier kom alleen snelle hulp in het Leeuwarder ziekenhuis nog enig soelaas bieden. De huisarts had de Vliegbasis inmiddels gebeld met bovengenoemd verhaal. De Ops-room op de Vliegbasis had op haar beurt de piloot van de ‘patiëntenkist' al opgebeld. Gerard den Oever was dit weekeinde de aangewezen persoon. Terwijl Gerrit en Anne de Hanomag bustaxi gereed maken voor vervoer naar het Cavalerieschietkamp (CSK), is dokter Mellema in zijn praktijk druk bezig het kleine patiëntje gerust te stellen. Ook de ouders worden hierbij betrokken, immers zij moeten straks afscheid nemen van hun dochtertje. Zij moeten per veerboot naar de wal, omdat in het vliegtuig geen plaats voor hen is.

Landingsbaan uitzetten op het strand

Inmiddels heeft Sergeant Piet Stuivinga -de brandweerman van de luchtnacht op het eiland- een telefoontje thuis ontvangen van Ops-room Vliegbasis Leeuwarden, met het verzoek, om zo snel mogelijk naar de Hors te rijden om een landingsbaan uit te zetten voor een patiëntenvlucht. De Beaver zal over ongeveer een uur boven het eiland arriveren. Piet had slechts een vraag gesteld: ‘Wie vliegt er?'. Gerard den Oever was het antwoord geweest. Piet wist genoeg! De dikke duffel aan en in de Jeep naar het militaire kamp aan de westkant van Vlieland. De ‘strip' moet uitgezet worden en het weer is niet al te best. Toch geeft dat weinig problemen. Het zicht is goed en de Hors ligt er ‘vlak' bij, zodat Gerard in de eerste run de Beaver prima kan neerzetten. Binnen 15 minuten is Piet op het Cavalerieschietkamp en neemt de brandweerwagen mee. Deze wagen had eigenlijk alles aan boord wat nodig was om een ‘strip' uit te leggen. Net voorbij ‘paal 40' moet de strip worden aangelegd. De auto met de neus in de wind, een stuk schietdoek naast de wagen en met vier steken zand ligt dit onbeweeglijk op het zand. Vijftig meter naar rechts weer een stuk doek wat met vier steken ook op zijn plaats blijft liggen. Daarna 200 passen richting zuidwesten, zodat de strip precies in de windrichting ligt. Na deze passen nog een stuk doek om daarna 50 meter links het laatste stuk schietdoek vast te steken. Nu is de ‘strip' in zijn geheel klaar. 50 meter breed en 200 meter lang. Genoeg om met deze windsnelheid een Beaver te doen landen en weer op te laten stijgen.

Met de ambulancejeep het strand op

Nu snel terug naar het CSK om Gerrit en Anne met de patiënt op te vangen. De brandweerwagen kon zo niet blijven staan, omdat deze niet was uitgerust voor patiëntenvervoer. Hiervoor had Piet speciaal een Jeep gemaakt. De reserveband was verwijderd en, de achterste zitbank aangepast zodat de brancard hierop kon rusten. De begeleiders konden dan de brancard vasthouden. Meestal was dit toch een hachelijke tocht, zeker als het slecht weer was. En niet in de laatste plaats voor de patiënt. Inmiddels zijn Anne en Gerrit bij de praktijk van Dr. Mellema gearriveerd. Het patiëntje is zo goed mogelijk ‘verpakt' door de huisarts om vervoerd te worden op de brancard. Door de achterbank uit de Hanomag te halen kan de brancard in een enkele beweging doorgeschoven worden in het busje. Naast de ouders en Dr. Mellema kan verder niemand mee. Dan in een vrij snel tempo naar het CSK. Snel in die zin: zo snel het toeval toeliet. Gerrit heeft dit al vele malen meegemaakt. Hij herinnert zich het afgelopen jaar nog maar al te goed. Vele vluchten moesten worden gemaakt omdat met name toeristen in aanraking waren geweest met fosfor. In 1973 waren veel kleine witte zakjes met fosfor aangespoeld. Veel mensen waren toen onbekend met het witte harde naar koraal lijkend goedje. Het zag er prachtig uit en sommigen staken het zelfs in de broekzak. Met alle nare gevolgen van dien. Terwijl Gerrit het CSK oprijdt, stelt Anne zowel kind als ouders gerust. Dr. Mellema is in zijn eigen vervoer gevolgd. Piet Stuivenga staat te wachten met de ambulancejeep. Rustig maar met souplesse wordt het patiëntje overgedragen op de ambulancejeep. De brancard komt boven op de banken te liggen, terwijl deze wordt ondersteund door Anne en Gerrit. Kalm rijdt Piet via het reddingbootpad naar de aangelegde strip.

De Beaver op het strand

Lang zal het zeker niet meer duren, voordat de Beaver in zicht komt. Gelukkig is het nu droog en de wind neemt iets af in snelheid. Toch staat er zeker nog een kracht van 4 à 5 uit het zuidwesten. Maar het zand stuift niet meer over de Hors en dat is altijd een prettige bijkomstigheid. Immers, bij kracht 6 gaat het stuiven, wat zowel voor vliegtuig als ander gemotoriseerd verkeer, niet goed is. Na tien minuten wachten komt de Beaver in zicht. Piet Stuivenga heeft de ambulancejeep links van het voorste stuk doek geplaatst. Zowel de piloot als hij weten dat het vliegtuig rechts van de jeep moet landen. Alle betrokkenen zien de Beaver éénmaal over de strip vliegen. Gerard verkent meestal 1 keer het landingsgebied, voordat hij de Beaver neerzet. De landing loopt daarna ook perfect. Na de Beaver tot stilstand te hebben gebracht, springt Gerard er uit en begroet iedereen. Hij is reeds bezig om de stoel uit het toestel te halen zodat de brancard met de patiënt in de Beaver kan worden gestoken. Als deze handeling is geschiedt nemen de ouders afscheid van hun dochter, met de mededeling dat zij zo snel mogelijk naar het ziekenhuis komen om hun dochtertje bij te staan. Na de stoel weer geplaatst te hebben, wordt afscheid genomen en start Gerard de Beaver. Alles met elkaar heeft het gebeuren niet meer dan 5 minuten geduurd.

Naar het Bonifatius Hospitaal in Leeuwarden

De ‘strip' blijkt lang genoeg te zijn om de Beaver te laten starten. Binnen 50 meter is hij ‘los' en wint snel hoogte. Binnen een minuut is hij uit het zicht, richting Vliegbasis Leeuwarden. Daar zal een ambulance van het Bonifatius-Hospitaal het patiëntje overnemen.

Piet Stuivenga ruimt de ‘strip' weer in en gaat snel terug met alle betrokkenen. Weer is een patiënt veilig naar en van de Hors vervoerd, in de hoop dat alles goed afloopt.'

De laatste Beaver-vlucht

De laatste Beaver-vlucht was op 24 augustus 1974 voor meisje uit Haarlem, dat met de fiets op een schelpenpad was gevallen.

 

Bron: Bosma, Yntze - en René Bijma: 50 Jaar ‘Cornfield' Range, Grafisch Centrum Korps Luchtmachtstaf - 's-Gravenhage 1999, pp 110 - 112

2008 06 11; auteur: Yntze Bosma en Rene Bijma