1940-1945 | Leeuwarden: Een Cadillac ziekenwagen in de illegaliteit. Willem de Vrij gedeporteerd in Duitse dwangarbeid.

 

Leeuwarden - Ziekenauto's waren lange tijd één van de weinige automobielen, die in de oorlog nog op benzine konden rijden, nadat deze brandstof in 1942 schaars was geworden. De Duitse bezetters waren bovendien als de dood voor besmettelijke ziekten. Ziekenauto's waren dus uitermate geschikt om illegale acties mee uit te voeren en Willem de Vrij uit Leeuwarden wilde daar wel aan meewerken.


Krijn van der Helm (*Amersfoort, 1912 - overl. Amersfoort, 25 augustus 1944). Bron: Scherphuis, Ageeth -  en Anita van Ommeren: De oorlog van Esmée van Eeghen, Sijthoff - Amsterdam, 1988 pg 19.

Krijn van der Helm (*Amersfoort, 1912 - overl. Amersfoort, 25 augustus 1944). Bron: Scherphuis, Ageeth - en Anita van Ommeren: De oorlog van Esmée van Eeghen, Sijthoff - Amsterdam, 1988 pg 19.

 

Duitsers als de dood voor besmettelijke ziekten

Willem de Vrij stelde vanaf 1941 zijn Cadillac uit 1936 beschikbaar voor dit gevaarlijke werk. Je hoefde tegen een Duitser maar te zeggen, dat de patiënt een zeer besmettelijke ziekte had -de antibiotica moesten tenslotte nog uitgevonden worden- of de auto flink naar de lysol laten ruiken en ze lieten een ziekenauto ongehinderd doorrijden. Wapens werden ermee vervoerd, maar ook Joden, die uit Westerbork waren ontsnapt en in Friesland werden geholpen onder te duiken. En natuurlijk neergeschoten geallieerde piloten, die eveneens naar onderduikadressen moesten worden gebracht. Onder de ogen van de Duitse SS werden piloten tijdelijk in de kelder van de garage aan de Ruysdaelstraat verstopt, voordat ze naar een veiliger onderduikadres werden gebracht. Ook oudste zoon Paul, op dat moment 18 jaar en Gymnasiumleerling, deed mee aan dit gevaarlijke werk en reed meerdere malen verkleed als vrouw de Cadillac door de Friese dreven.

 

Krijn van der Helm was opdrachtgever

De opdrachten werden uitgevoerd op direct verzoek van de bekende verzetsheld en leider van de KP Krijn van der Helm (*Amersfoort, 1912 - †Amersfoort, 25 augustus 1944) (foto 1) die met de al even legendarische Esmée van Eeghen (*Amsterdam, 7 juli 1918 - †Groningen, 7 september 1944) (foto 2) deze transporten organiseerden in de Friese provincie.

Bloemhof schrijft in deel twee van ‘Amersfoort '40-‘45' over Krijn van der Helm en Esmée van Eeghen: ‘Krijn van der Helm werd in 1912 in Amersfoort geboren en was commies bij de Belastingdienst van achtereenvolgens Amersfoort, Den Haag en Leeuwarden. Hij was doopsgezind en pacifist. Vóór de oorlog toonde hij zich zeer antimilitaristisch en weigerde als onderofficier de wapens te dragen. Toen hij in de meidagen van 1940 echter in de Grebbelinie met zijn vrienden onder vuur genomen werd, gebruikte hij zijn wapen wel, omdat hij zijn kameraden niet in de steek wilde laten.

 

Esmée van Eeghen: de koerierster van Krijn

Krijn van der Helm raakte al spoedig betrokken bij het verzet; hielp veel joden onderduiken (ook in zijn eigen huis) en was contactpersoon voor een Amsterdamse studentengroep die Joodse kinderen liet onderduiken. Samen met de doopsgezinde dominee Van der Wissel was hij een van de eersten die zich bezig hield met jodenhulp in georganiseerd verband. Daarbij leerde hij Esmée van Eeghen kennen, een verpleegster uit Amsterdam. Als dochter uit een rijke koopmansfamilie was zij zeer bereisd. Zij werd koerierster van Van der Helm. In die hoedanigheid vergezelde zij hem bij ontmoetingen en besprekingen, alsmede bij gevaarlijke opdrachten. Beiden liepen met een revolver op zak. Esmée kende het Friese verzet al spoedig van haver tot gort. Krijn raakte, hoewel getrouwd en vader van een zoontje, zeer gecharmeerd van zijn mooie koerierster, en mogelijk was dit omgekeerd ook het geval. Samen haalden zij neergeschoten geallieerde vliegtuigbemanningen op, door Friesland rijdend in een grote Oldsmobile, die voorzien was van een gestolen nummerbord van de rijkscommissaris.' Deze Oldsmobile werd regelmatig bij De Vrij gestald. In dit verband laat Bloemhof ook de foto zien (bladzijde 141) van het pand aan de Ruysdaelstraat 8 in Huizum met daarvoor de Cadillac 1936, de Lincoln 1934 en de Packard 1950 (foto 3) met in het onderschrift de mededeling, dat met de Cadillac uit 1936 door Van der Helm en Esmée van Eeghen piloten naar onderduikadressen werden gebracht, hetgeen Martin de Vrij, één van de zoons van Willem bevestigt.

 

Joden helpen ontsnappen uit Westerbork

Bloemhof vertelt verder, dat ‘Van der Helm ook mensen hielp ontsnappen uit Westerbork. Hij werd medewerker van de LO, de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers. Samen met zijn koerierster bekleedde hij al spoedig een belangrijke positie in het verzet.' Ook bij de ontsnappingen van Joden uit Westerbork verleende De Vrij transportdiensten voor Van der Helm. Zo werd op een dag een zwangere Jodin uit een woonbootje uit Twijzelerheide naar de huisarts in Warga gebracht, waar ze veertien dagen zou blijven. Daarna werd ze naar een arbeidershuisje in Jelsum onder de rook van het vliegveld van Leeuwarden, waar natuurlijk veel Duitsers zaten, overgebracht. In dezelfde tijd werd Willem gevraagd een uit kamp Westerbork ontvluchtte Jood bij een dominee op te halen en naar hetzelfde adres in Jelsum te brengen. Bij aankomst bleek de ontvluchtte Jood de echtgenoot van de zwangere Jodin te zijn! Een gelukkig weerzien.

 

Esmée verliefd op een Duitse officier

‘In januari 1944 liet Van der Helm het werk van de LO aan anderen over en ging zich geheel wijden aan de KP. Samen met Pieter Wybenga (‘Geale') kreeg hij de leiding over de KP in Friesland. In maart 1944 werd Esmée verliefd op de Duitse (geen Nazi) Oberleutnant-Oberzahlmeister Hans Schmälzlein. Zij ging met hem samenwonen. Zij had haar verzetsvrienden meegedeeld dat zij een poosje buiten de stad ging wonen. Maar al spoedig ontdekten zij wat er werkelijk aan de hand was. Bang voor verraad, zij was immers van alles op de hoogte, overwoog men haar uit de weg te ruimen. Van der Helm verzette zich hier fel tegen. Tenslotte werd haar een ultimatum gesteld: binnen 24 uur Friesland verlaten of de kogel. Esmée vertrok naar Amsterdam.'

 

Krijn van der Helm verraden

Krijn vertrok met vrouw en kind naar Amersfoort, waar hij bij zijn ouders introk. Een fatale fout, zoals later zou blijken. Esmée werd door de SD in Amsterdam opgespoord en onder andere door een zekere Faber -een foute Nederlander- naar Groningen overgebracht. Waarschijnlijk heeft zij niets losgelaten tijdens de verhoren in het beruchte Scholtenshuis. Wel schreef zij een brief aan Van der Helm die zij met het adres van diens ouders (!) in Amersfoort aan de SD gaf. Op 25 augustus 1944 reide de SD-er P. faber samen met zijn broer Karel Faber met de Hauptscharführer Schäper naar Amersfoort. Faber deed zich voor als bevriend KP-er en gaf de brief van Esmée aan Van der Helm af, waarmee op dat moment voldoende vertrouwen werd gewekt. Van der Helm kreeg echter steeds meer wantrouwen en op een gegeven moment deed hij een poging zijn revolver te trekken. Faber reageerde echter snel en zag kans in een worsteling het pistool te bemachtigen, waarmee hij Van der Helm door het hart schoot. Hij stierf onmiddellijk. Leeuwarden eerde Van der Helm door een school naar hem te vernoemen.

 

Esmée van Eeghen vermoord

Op 8 september 1944 werd het uit het Van Starkenborghkanaal in Groningen het stoffelijk overschot van Esmée opgehaald. In haar lichaam werden 13 kogels aangetroffen, vermoedelijk afgevuurd door de Untersturmführer van de SD Knorr in het bijzijn van de gebroeders Faber. Er volgden na haar dood officieel geen verdere arrestaties, zodat aangenomen wordt dat haar ‘verraad' zich beperkte tot de brief aan Van der Helm.

De moordenaar Pieter Johan Faber, opperwachtmeester bij de SD, van Van der Helm kreeg na de oorlog de doodstraf en werd op 9 juni 1948, als één van de weinige Nederlanders bij wie dit vonnis daadwerkelijk werd voltrokken, terechtgesteld. Zijn broer is later uit een Nederlandse gevangenis ontsnapt en leeft nog steeds als vrij man in Duitsland.

 

Willem de Vrij gearresteerd

Op 21 september 1944 werd Willem de Vrij door de Duitse Gestapo gearresteerd. Had het iets te maken met de dood van Van der Helm en Esmée? Hij werd eerst geïnterneerd in het Huis van Bewaring De Blokhuispoort in het centrum van Leeuwarden. Een medische verklaring (foto 7) van de Leeuwardense internist Samson, dat Willem aan levensgevaarlijke paroxysmale tachycardieën leed, weerhield de Duitsers niet hem naar het beruchte Scholtenshuis (foto 4) - het martelhuis van de SD- in Groningen te brengen. Via Delfzijl kwam hij tenslotte op Borkum terecht waar hij als machinist tewerk werd gesteld op het trammetje, dat (nog steeds) van de haven naar het dorp op en neer rijdt. Begin 1945 werd hij na sabotage van het trammetje op een nacht naar Engerhafe (Ostfriesland) overgebracht. Daar werd hij door de Amerikanen bevrijd. Hij keerde thuisgebracht door de Amerikanen op 26 mei 1945 via het vliegveld Varel en Glanerbrug in Leeuwarden als gevolg van de doorstane ontberingen als een wrak terug. Generaal Eisenhower eerde hem met een oorkonde (foto 5) voor de hulp bij de ontsnapping van meerdere geallieerde piloten tijdens de oorlog. Hij werd zelfs uitgenodigd naar Amerika te komen, maar wilde als gevolg van zijn slechte lichamelijke toestand liever in Leeuwarden blijven. Ook de Engelse bevelhebber Lord Arthur William Tedder liet Willem niet onbetuigd met een oorkonde (foto 6). In eigen land werd Willem minder gewaardeerd om wat hij had gedaan. Zijn collega-taxiondernemers, die ook voor de Duitsers hadden gereden, kregen fraaie Chryslers en DeSoto's toegewezen, terwijl hij het moest doen met een armzalig Fordje. Hij verscheurde de toewijzing, maar liet zich niet weerhouden om zijn bedrijf weer in nieuwe glorie terug te brengen.

Auteur: Hans Waldeck, 2008 04 07

Bronen: A.E.F (Allied Expeditionary Force). D.P. (Displaced Persons) Registration Record, afgegeven aan Willem de Vrij op 21 05 1945; Bolleman, Mr P. - : Illegaliteits-verklaring Willem de Vrij, Stichting Friesland 1940-1945, Leeuwarden 14 mei 1955; Scherphuis, Ageeth - en Anita van Ommeren: De oorlog van Esm���©e van Eeghen, Sijthoff Amsterdam, 1988; Bloemhof. J.L. - : Amersfoort '40-'45, deel II, Uitgeverij Bekking - Amersfoort 1995, pg 139 - 142; Vrij, Martin de - : persoonlijke mededelingen, Assen, 2006