1880-1982 | Leeuwarden: Diakonessenhuis.

Leeuwarden - De Friese hoofdstad heeft drie ziekenhuizen gekend: het Diakonessenhuis, het Sint Bonifacius Ziekenhuis en het Triotel.
 

Het Leeuwarder Diakonessenhuis werd gesticht in 1880 door de kleermaker-zendeling en tabaksplanter Mattheus Teffer (foto 1). Toen hij in 1878 op 51-jarige leeftijd na een schipbreuk gered werd, deed hij de gelofte gestand dat hij een ziekenhuis zou stichten in zijn geboortestad Leeuwarden. Hij kocht een pand in de Bagijnestraat, de straat waar hij ook geboren was (foto 2). Toen hij organisatorisch in moeilijkheden kwam, droeg hij de instelling over aan zijn zwager J.G.W. Schreuder (foto 3), die veel heeft betekend voor het ziekenhuis. Teffer ging terug naar Indië en werd daar in 1895 rooms-katholiek en stierf in 1907 in Ambarawa (Midden-Java).

Het prille Diakonessenhuis groeide inmiddels voorspoedig. Men begon met vier diakonessen en verrichtte, zoals gebruikelijk in die tijd ook veel werk in de wijk. In 1882 kon al een meer representatief pand aan de Voorstreek betrokken worden (foto 4). In 1888 werkten daar al 25 zusters en werden 55 operaties verricht. Na een financiële actie werd in 1893 overgegaan tot de bouw van een nieuw ziekenhuis aan de Noordersingel met 60 bedden (foto 5). Vanaf die tijd breidde het ziekenhuis voortdurend uit en werden ook voortdurend nieuwe voorzieningen aan het ziekenhuis toegevoegd. Er werd gebouwd en uitgebreid dat het een lieve lust was. Het bleef niettemin steeds te klein. In 1945 was de gemiddelde bezetting opgelopen tot 337 patiënten en het aantal verpleegkundigen tot meer dan tweehonderd.

De eerste geneesheer-directeur was van 1937 tot 1960 dokter C.A. Kruik, oftewel pa Kruik (foto 6). Een andere steunpilaar van het huis was van 1915 tot 1948 het hoofd van de operatiekamer zuster G. Ridder (foto 7). Zij herinnert zich ‘één van de omstandigheden, die van invloed waren op de ontwikkeling van het ziekenhuiswezen: het autoverkeer. In de jaren twintig waren gespreide kleine ziekenhuizen  met minder outillage verkieslijker dan grotere ziekenhuizen met meer mogelijkheden. Toen men echter zieken per ambulance snel en zonder gevaar kon vervoeren  en het bezoek gebruik kon maken van opkomende autobusdiensten, was het centrale ziekenhuis te prefereren. Het aantal patiënten van buiten de stad van vestiging van het ziekenhuis nam hand over hand toe.' Het toenemende gemotoriseerde verkeer werd dus een grote leverancier van patiënten, ondanks dat men de maximumsnelheid op dertig kilometer per uur stelde.

Een chirurgisch novum vond in dit ziekenhuis plaats op 12 juni 1954. Toen werden de als Siamese tweeling geboren Folkje en Tjitske de Vries van elkaar gescheiden en haalde daarmee de wereldpers. Folkje en Tjitske legden vijf jaar later de eerste steen voor het nieuwe kinderziekenhuis.

Leeuwarden kende in de vorige eeuw drie ziekenhuizen: het katholieke Bonifatius Hospitaal, het protestantse Diakonessenhuis en het stadsziekenhuis Triotel. In 1982 fuseerden de drie ziekenhuizen na een eerdere intentieverklaring in 1976 tot het Medische Centrum Leeuwarden. Om de eenheid te beklemtonen zonder de nog bestaande identiteiten te ontkennen, werd in de organisatie gekozen voor de weinig creatieve benaming locatie Noord (Bonifatius Hospitaal), locatie Midden (Diakonessenhuis) en locatie Zuid (stadsziekenhuis Triotel). In 1987 werd het Diakonessenhuis gesloten en trok bij de nieuwbouw van het Triotel in. Vanaf dat moment bestonden nog twee locaties van het Medisch Centrum Leeuwarden: Noord en Zuid. Het Bonifatius Hospitaal mocht niet meer uitbreiden, waarna op het terrein van de locatie Zuid een compleet nieuw ziekenhuis, het huidige Medisch Centrum Leeuwarden aan de Henri Dunantweg, verrees, dat uiteindelijk in 2004 alle drie de oorspronkelijke locaties verenigde.

 

Auteur: Hans Waldeck, versie 2008 04 18. Bronnen: Huizinga, J. - : Memorabele mensen en momenten uit de geschiedenis van de intramurale gezondheidszorg, De Tijdstroom-Lochem 1991, pg145-148; Keikes, H.W. - : In verband met ... het Diakonessenhuis, Diakonessenhuis-Leeuwarden 1980; http://www.mcl.nl/ onder Over het MCL>geschiedenis.