De Vries en de ‘buitenlandritten'
De vader van Martin de Vrij, Willem de Vrij, had in de vijftiger jaren al eens ziekenvervoer voor de ANWB gedaan. Het waren hooguit enkele ritjes per jaar. Nadat Broeder de Vries in Amsterdam was begonnen met ziekenvervoer en zich ook toelegde op ‘buitenlandvervoer', verdwenen deze lucratieve opdrachten voor De Vrij. Toen Martin bij zijn schoonvader in Assen was begonnen en de ANWB-Alarmcentrale steeds vaker zieke of verongelukte leden uit het buitenland repatrieerde, bood ambulancebedrijf De Vries zijn diensten ook weer aan. Het leidde in 1976 tot een toenemende hoeveelheid ritten van Schiphol (foto 1, 2, 3) en van Zestienhoven (foto 4) en naar het buitenland. Met de steeds strakkere regulering van het aantal ambulances in een regio werd het steeds moeilijker om ambulances voor deze veel tijd vergende ritten vrij te maken. Uiteindelijk werden er speciale vergunningen verstrekt voor deze ‘buitenland-ambulances'. De Vries bracht die onder in een aparte B.V.: De Vries Internationaal Medisch Transport B.V. Naast ritten voor de ANWB-Alarmcentrale (foto 5)werden ook ritten voor (andere) reisverzekeraars en alarmcentrales, zoals de Elvia en Eurocross, uitgevoerd (foto 6).
Oproep:
Indien u naar aanleiding van deze tekst aanvullingen of verbeteringen ter beschikking hebt, nodigen wij u van harte uit deze bij de projectleider (zie colofon) te melden.