Toen ik begon in 1979 begon werd voetstoots aangenomen dat je vrouw ook meewerkte. Wanneer ik vrijdags om 17.00 uur naar huis ging, piket- en telefoondienst had, betekende dit ruim 60 uur in dienst van de ambulance voor zowel mij als mijn vrouw. De aanvragen kwamen van huisartsen, politie en het Bethesdaziekenhuis. Bij zo`n aanvraag noteerde ik de gegevens, belde vervolgens mijn collega op, stapte in de auto, reed naar de ambulancepost. Daar aangekomen stapten we in de ambulance en begonnen de rit. Kwam er dan nog een aanvraag, noteerde mijn vrouw de gegevens, belde naar het Bethesda of wij daar al waren aangekomen, zoniet, dan belde zij de wegenwacht in Assen en vroeg om een verbinding met de ambulance van Hoogeveen. Zij overlegde met mij wat te doen. een mogelijkheid was om de tweede ambulance te bellen. Deze was slechts bemand met een persoon, de chauffeur, die vervolgens een belronde moest doen naar zijn drie vrije collega`s De tweede mogelijkheid was om de aangevraagde rit er achter aan te doen. Dit betekende een geweldig tijdsbeslag. Bij aanvraag van een derde ambulance, die niet gehonoreerd kon worden, liepen de emoties hoog op. Gelukkig gebeurde dat zelden.