Jan Karsijns mocht geen smid worden
Jan Karsijns was het vierde kind en de derde zoon van Albert Karsijns (*Nieuwe Pekela, 13 juli 1873 - †Nieuw-Amsterdam, 29 december 1915) en Marchina Beuker (*Ommelanderwijk (bij Veendam), 4 januari 1874 - †Almelo, 17 mei 1958). Ze waren gehuwd in 1899. De overige drie kinderen waren Woltherus (* Nieuw-Amsterdam, 8 mei 1900 - †Zwolle, 30 maart 1983), toen Pieter (*Nieuw-Amsterdam, 17 april 1902 - †Emmen, 15 augustus 1988), toen Alkina (*Nieuw-Amsterdam - †Almelo, 30 maart 1983) en tenslotte Jan. Albert was boer in Nieuw-Amsterdam en bezat daardoor relatief veel land. Jan ging na de lagere school eerst bij een hoefsmid werken. Zijn moeder vond dat werk te gevaarlijk voor dat iele ventje. Hij reageerde in 1929 op een advertentie in Het Nieuwsblad van het Noorden van Lammert Zuiderveld, die in Roden een hotel en annex een reparatiewerkplaats voor rijwielen, motorfietsen en auto's had. Hij was in die periode in de kost bij Lammert. Na twee jaar bij hem gewerkt te hebben, stapte hij in dezelfde functie van monteur over naar het Garagebedrijf van Jan Koning in Roden. Weer twee jaar later verhuisde hij naar de auto- en fietsenreparatiewerkplaats van Jons Fonk in Roden. Jan was inmiddels in de kost bij Tjerk Scheepstra en zijn vrouw Jantje Goijert. Tjerk, die aan de Raadhuisstraat (toen nog Groningerstraat) in Roden woonde, handelde in meel, aardappelen en brandstoffen. Later weidde hij jongvee voor de mest. Hij trouwde met hun dochter Willemina (Mien) op 3 mei 1941. Geen van de kinderen zou het bedrijf van hun vader voortzetten.
Eigen reparatiewerkplaats in Roden
Rond 1935 begon hij samen met Sijtze van der Wiel een eigen reparatiewerkplaats in Roden. Vlak voor ede oorlog ging Jan alleen verder met dit bedrijf, omdat vermoedelijk geen twee gezinnen van de inkomsten van dit bedrijf konden leven. Mien assisteerde in het bedrijf met allerlei hand- en spandiensten, maar deed ook de boekhouding.
Eerste ziekenauto in Roden
Tussen 1935 en 1940 kocht Jan zijn eerste ziekenwagen: een Studebaker uit 1928-1929, die in de oorlog gevorderd werd en nooit meer terugkeerde. Na de oorlog kreeg Jan in 1947 van het Nederlandse Rode Kruis een Austin-ziekenwagen in exploitatie, die uiteindelijk rond 1952 werd overgedragen aan Garage Kok in Roden. Daarna heeft Jan vermoedelijk nog een Hudson uit 1947 als ziekenwagen laten ombouwen of in ieder geval aanpassen.
Eigen bedrijf verkocht
In 1957 verkocht Jan zijn garagebedrijf aan de varkenshandelaren Posthumus en ging hij zelf als doorsmeerder en pompbediende in loondienst bij de vrachtwagendealer Mijnhardt.
Jan is op 93-jarige leeftijd overleden in Roden.