1953-1956 | Roden: Strak in de veren. Het liggend ziekenvervoer door Mans Kok.

Naam bedrijf:

Garage Kok

Vestigingsplaats bedrijf:

Roden

Standplaatsen:

Brink

Eigenaren:

Mans Kok

Ziekenvervoer aangevangen:

1953

Ziekenvervoer gestaakt:

1956


Mans Kok met zijn zevenjarige dochtertje Willemina (Mien) Kok in ongeveer 1937. Bron: Collectie Mien Flonk-Kok, Assen

Mans Kok met zijn zevenjarige dochtertje Willemina (Mien) Kok in ongeveer 1937. Bron: Collectie Mien Flonk-Kok, Assen

Een Cadillac-ziekenwagen in Roden

Vanwege een meningsverschil van Jan Karsijns met de voorzitter van de afdeling Roden van het Nederlandse Rode Kruis, de heer Bulthuis, kreeg Mans Kok (*Foxwolde, 22 april 1906 - †Groningen, 13 september 1971)(foto 1) op 1 januari 1953 de Austin-ziekenwagen van het Rode Kruis in exploitatie, nadat Jan Karsijns hem vanaf 1947 in exploitatie had gehad (foto 2). Mans vond het een bonkerige auto, erg ‘strak in de veren'. Al in 1951 was tijdens een inspectiebezoek aangegeven, dat de auto erg moeilijk rendabel te houden was. Mans kwam regelmatig op de automarkt in Utrecht. Op die automarkt kocht Mans in 1954 op dezelfde huurkoopbasis van het Rode Kruis als waarop de Austin werd geëxploiteerd een tweedehands Cadillac Fleetwood uit 1946, die hij bij het carrosseriebedrijf Compaan & Poepe in Assen liet ombouwen en inrichten als ziekenwagen (foto 3). De Austin werd verkocht voor de sloop. Mans Kok was op dat moment één van de twee ziekenvervoerders in Roden, want Jan Karsijns zette zijn activiteiten ook voort, maar nu met een eigen Hudson-ziekenwagen. Nog geen twee jaar later in 1956 zou Mans het liggend ziekenvervoer alweer staken en zijn Cadillac-ziekenwagen overdragen aan Holt & Reinders, die dus in het ziekenvervoer nog één jaar concurrentie van Jan Karsijns zouden ondervinden.

Een eigen garage in Roden

De vader van Harmannus Kok was in Friesland landarbeider en keuterboertje van drie koeien, die eigenlijk door zijn vrouw werden verzorgd. Mans heeft vast gedacht een beter bestaan te willen opbouwen en zag de wereld om zich heen motoriseren. Hij begon in 1924 - op achttienjarige leeftijd- als buschauffeur bij de HABO, de Haulerwijkster Auto Bus Onderneming, in Haulerwijk op de lijnen Haulerwijk-Een-Norg-Groningen en Haulerwijk-Veenhuizen-Norg-Groningen. Twee jaar later in 1926 vond hij een baan bij het Groninger Automobielbedrijf ‘Heereweg' aan de Heereweg 76 in Groningen (foto 4). Deze Ford-dealer voor Groningen en Noord-Drenthe had weer relaties met de N.V. ‘E.N.N.A. Mij' voorheen D. Bakker, één van de eerste ziekenvervoerbedrijven van Nederland. Daar leerde hij het autovak, zodat hij in 1938 in Roden voor zichzelf kon beginnen. Hij nam het bedrijf van Jons Fonk aan de Brink 22 over (foto 5). Bij dit bedrijf had ook Jan Karsijns, zijn voorganger in het liggend ziekenvervoer in Roden, een deel van zijn opleiding gehad. Naast het garagebedrijf bleven de fietsen een belangrijke bron van inkomsten. Er werd naast het garage- en taxibedrijf geen stalling geboden en er werden geen auto's verhuurd.

Opgepakt door ‘De schrik van Roden'

In de oorlog hield Mans zich bezig met ondergrondse activiteiten. Omdat hij altijd nog wel aan benzine kon komen, bracht hij regelmatig ingevlogen agenten en verongelukte piloten naar veiliger oorden. Op Eerste Kerstdag 1944 werd hij uiteindelijk tezamen met 31 andere mensen opgepakt en afgevoerd. Ook zijn huisarts Juliano Albert Aime Pieters (*Bussum, 20 oktober 1906 - +Roden, 4 januari 1973)was daarbij (foto 6). Hij moest samen met de anderen 's-ochtends om zes uur van Roden langs zijn eigen huis naar de Villa Nijhof, een gebouw van de Hollandse Sicherheitsdienst, in Norg lopen. Dit gebeurde in het bijzijn van de beruchte Landwachter Jacob Luitjes, ‘De schrik van Roden' (foto 7). De Landwacht was de hulppolitie van de Duitse bezetter en meestal bewapend met jachtgeweren, behalve Luitjens, die altijd met een echt geweer rondliep. Deze Luitjes was in 1919 in Buitenzorg (Nederlands Indië) geboren als zoon van een veearts, die later in Roden domicilie koos. Hij was voor de oorlog al een overtuigde en fanatieke NSB-er. Hij wilde graag bij de SS, maar werd afgewezen vanwege een aangeboren, gebrekkige  arm en hand. Na de oorlog werd hij bij verstek -hij was inmiddels met hulp van Odessa naar Paraguay gevlucht- tot een levenslange gevangenisstraf veroordeeld, die hij pas na een nieuwe uitspraak van de rechter van 1993 tot 1995 in Veenhuizen gedurende slechts 28 maanden uitzat! Van Norg werd de groep weer lopend naar het Huis van Bewaring in Assen gebracht, waar Mans Kok tot half januari zat. De meesten van deze groep zijn gefusilleerd. Vanuit Assen werd Mans samen met zijn huisarts op transport gesteld naar een scheepswerf in Wilhelmshafen. Daar werd hij ernstig ziek. Hij kreeg dysenterie en werd zo goed en zo kwaad als dat ging door zijn huisarts Pieters behandeld. Tegen het einde van de oorlog werden tewerkgestelde gevangenen op een rijnaak de Eems op gestuurd met de bedoeling tot zinken te worden gebracht. De voorzienigheid was met hen, want ze kwamen in Farmsum bij Delfzijl aan, dat toen nog niet bevrijd was. Dit bericht bereikte het thuisfront, waar jongste broer Gerrit (*Foxwolde, 22 februari 1918 - Emmen, 10 februari 1987) al die tijd de honneurs voor Mans, naast zijn studie voor commies bij de Belastingdienst, had waargenomen (foto 8). Tot driemaal toe heeft Gerrit met de donkergroene Dodge met een grote Nederlandse vlag op de motorkap geprobeerd zijn broer uit Farmsum op te halen. Mans zou gezegd hebben: ‘Al moet ik kruipen op mijn verjaardag zal ik thuis zijn'. En hij kwam in de nacht van 20 op 21 april 1945 thuis! Die 21 april zou hij 39 jaar worden. Hij zag er kennelijk niet uit, want zijn jongste twee kinderen Jannie en Cornelis -een tweeling van op dat moment bijna vier jaar- hadden gezegd: ‘dat is onze pappa niet'. Hij is nog een goed jaar ziek geweest met dikke benen, vermoedelijk als gevolg van een nierfunctiestoornis. Gerrit bleef de zaken behartigen met die ene Dodge, die de oorlog sinds 1944 met de motor er uit in de tuin onder de grond overleefd had.

Na de oorlog begon het ziekenvervoer

Na de oorlog is Mans ook begonnen met taxivervoer met waarschijnlijk zwarte Chevrolets. Zo'n vergunning koste in die jaren veel geld, zo'n 4650 gulden! Vanwege zijn ziekelijkheid bleef zijn broer Gerrit hem steunen. Er kwam ook een knecht bij: Arend Giezen uit Roderesch. Ze hanteerden bij de familie Kok in die jaren geen fototoestellen. Er zijn dus helaas geen foto's van het wagenpark. Een vaste bron van inkomsten was in het taxivervoer altijd het zittend ziekenvervoer vooral naar de ziekenhuizen in Groningen. Hij deed daar ook trouw- en rouwvervoer mee. Het liggende ziekenvervoer begon bij Mans op 1 januari 1953, zoals we reeds gezien hebben. Dirk was de oudste zoon van Mans en werkte meestal in de garage, maar heeft in noodgevallen op zijn achttiende jaar al op de Austin gereden. Er waren nog veel zandpaden, waarin de ziekenwagen nogal eens vast kwam te zitten. De boeren moesten de auto dan met paarden lostrekken. Ze reden meestal alleen op de ziekenwagen en uitsluitend 's-nachts of bij slecht weer met zijn tweeën. De oudste dochter van Mans, Willemina (Mien) Flonk-Kok, herinnert zich dat Jacobus Been eens met een blindedarmontsteking naar Groningen gebracht moest worden. Het was echter zeer glad en op de ‘bolle klinkerwegen' was de Cadillac niet op de weg te houden. Sietze Flonk (*Leek, 28 april 1924 - †Assen, 13 november 2001) was na zijn huwelijk (31 mei 1952) met Willemina als chauffeur in vaste dienst gekomen. Vanwege dat slechte weer waren ze deze keer dus met zijn tweeën gegaan. En om de auto op de weg te houden moest Sietze van Peizermade tot aan Groningen met de auto meelopen. Dat waren met recht nog eens barre tijden!

Een kop koffie bij Koffiehuis Prins

In die jaren kon de ziekenwagen nog wachten op de patiënt bij het ziekenhuis. Dat deden de mannen -want vrouwen zaten gewoon nog niet op de auto- bij twee koffiehuizen tegenover het Stads-, Provinciaal en Academisch Ziekenhuis aan de Oostersingel in Groningen. Koffiehuis Prins van Walter van der Reit was van één van die koffiehuizen. Indien de patiënt weer klaar was voor vervoer naar huis, belde het ziekenhuis naar deze koffiehuizen om de chauffeur van de taxi of de ziekenwagen te waarschuwen (foto 9).

Sobere uitrusting

De uitrusting van de ziekenauto's bleef beperkt tot een eenvoudige verbandkist. Er was geen zuurstof op de wagens en er waren zelfs geen spalken. Er werd ook alleen maar in opdracht van een huisarts gereden en dat was in die tijd zijn overbuurman dokter Pieters, die ook de Duitse internering had overleefd.

De gezondheid liet Mans in de steek

Mans werd steeds meer ‘poetsig', onverzorgd dus. Hij had het waarschijnlijk aan zijn hart gekregen en moest regelmatig in het Rooms-Katholieke Ziekenhuis in Groningen worden opgenomen. Zijn conditie werd steeds slechter. Toen kwam het moment, dat zijn huisarts hem adviseerde met het onregelmatige taxi- en ziekenvervoer te stoppen. Zoon Dirk wilde samen met broer Cor in 1961 alleen het garagebedrijf voortzetten, aanvankelijk aan de Leeksterweg en nu aan de Hagen in Roden.

Holt en Reinders nemen taxi- en ziekenvervoer over

Zowel Anton Holt als Chris Reinders kwamen in die dagen met hun motorfietsen aan de pomp. Motorfietsen waren een passie van beiden. Ze sleutelden samen bij Zwaanstra in Roden aan hun monsters. Ze kenden elkaar ook van de Christelijk Gereformeerde Kerk, waarvan ze beiden lidmaat waren. Albert of Ab, de broer van Chris, inde aan het eind van de maand bovendien de rekeningen voor Mans. Ze kenden elkaar dus allemaal. Anton Holt had op dat moment geen werk. Hij had allerlei baantjes gehad en was de laatste tijd als marskramer met ‘allerhande' langs de boeren geweest. Chris was stukadoor, maar had last van zijn knieën gekregen en wilde wel wat anders. Ze hadden beiden nog nooit op een taxi gereden, maar Anton had wel oren naar een overname van het taxibedrijf met de twee Chevrolets en de Cadillac-ziekenwagen. Hij was alleen niet kapitaalkrachtig genoeg en dus vroeg hij Chris om mee te doen. Holt & Reinders begonnen hun activiteiten op 1 februari 1956.

Bronnen:
Aukema, J. - : Vlucht en veroordeling van Jaap Luitjens, Roon Tijdschrift van de historische vereniging 26(2005): 4 (46-48)
Flonk-Kok, W- - en D. Kok: persoonlijke mededelingen, Assen, 2007-2008
Giezen, J.S. - : Leekster tak en andere vervoerders, Noordelijk Bus Museum-Winschoten, 1992
Gras, Th. - : Rode Kruis ambulances te Drenthe, weerslag van archiefonderzoek bij het Nederlandse Rode Kruis te Den Haag, oktober 2007 (met medewerking van Ton Thiele, archivaris van het Nederlandse Rode Kruis.
Karsijns, Tjerk - : persoonlijke mededelingen, Roden,2007/2008
Auteur: Hans Waldeck, versie: 2008 05 13