1944-1944 | Leeuwarden: Brand bij De Vrij in de Ruysdaelstraat in Huizum.

Leeuwarden - Tijdens de oorlogsjaren brak in de garage van Willem de Vrij een grote brand uit en verwoestte zowel een groot deel van het bedrijf als een groot aantal voertuigen. 


De verbrande achterzijde van het pand van De Vrij aan de Ruysdaelstraat 8 in Huizum in juni 1944. Bron: © Familie De Vrij, Leeuwarden

De verbrande achterzijde van het pand van De Vrij aan de Ruysdaelstraat 8 in Huizum in juni 1944. Bron: © Familie De Vrij, Leeuwarden

In de oorlogsjaren was het bedrijf van Willem de Vrij gevestigd in de Ruysdaelstraat 8 in Huizum, nu onderdeel van de gemeente Leeuwarden. Het was een groot pand met een minstens zo grote overdekte stalling daarachter. Auto's werden in die jaren niet op straat geparkeerd, maar gestald bij een garagebedrijf. Zo ook bij De Vrij, die behalve particulieren ook overheidsbedrijven, zoals de Posterijen tot zijn clientèle mocht rekenen. De benzine was schaars geworden en in 1944 reden de meeste auto's op gas uit een meegevoerde gasgenerator. Op een avond werden de kooltjes door iemand uit een Swerdlund-gasgenerator gehaald en kennelijk onvoorzichtig afgevoerd, want 's-nachts brak brand uit in de stalling van de Ruysdaelstraat. De Friesche Courant van vrijdag 23 juni 1944 schrijft daarover: ‘De groote garage van den heer W. de Vrij, Ruysdaelstraat 8, te Huizum, is in de nacht van Woensdag op Donderdag grootendeels uitgebrand. Te ongeveer half één werd de politiebrandweer te Leeuwarden van den brand in kennis gesteld; deze gaf middel-alarm en rukte met flink wat materiaal uit. Dat was wel noodig ook, want toen men in de Ruysdaelstraat aankwam, bleek het groote gebouw al hard te branden. Met twaalf stralen werd het vuur aangepakt, en zoo slaagde men er ten slotte in het tot het achterste gedeelte te beperken. Dat is dan ook geheel uitgebrand. De daar gestalde rijksauto's, o.a. 20 in getal, gingen verloren'. Vader Willem was met een ziekenauto onderweg van Franeker naar het Diaconessenhuis in Leeuwarden en zag bij terugkomst met lede ogen de ravage aan. De andere ziekenwagen werd op het laatste nippertje door de zonen Paul en Dirk naar buiten gereden. Een paar maanden later werden de restanten van het bedrijf door de SS gevorderd. Omwonenden haalden in de daarop volgende strenge winter nog regelmatig geblakerde balken uit het verbrande pand om zich te kunnen warmen bij hun kachels.