1936-1975 | Leeuwarden: Een Cadillac voor Jannie. Het wagenpark van Willem De Vrij.

Naam bedrijf:

Ziekenvervoer De Vrij

Vestigingsplaats bedrijf:

Leeuwarden

Eigenaren:

Willem de Vrij, later Hans de Vrij

Ziekenvervoer aangevangen:

1936

Ziekenvervoer gestaakt:

nvt


 Foto 1. Jannie De Vrij op 8-jarige leeftijd met haar 2-jarige zusje Lena (*Menaldum, 9 juni 1928) op 17 mei 1931 in Leeuwarden.  Foto: Collectie Martin De Vrij, Assen

Foto 1. Jannie De Vrij op 8-jarige leeftijd met haar 2-jarige zusje Lena (*Menaldum, 9 juni 1928) op 17 mei 1931 in Leeuwarden.

Foto: Collectie Martin De Vrij, Assen

De Cadillac voor Jannie

Jannie (Jantje: *Leeuwarden, 14 oktober 1923-†Leeuwarden, 31 augustus 1937) was de oudste dochter van Willem De Vrij en Doetje Bijlsma (foto 1). Zij was vernoemd naar haar grootmoeder van vaders zijde: Jantje Breidenbach, die op 27 mei 1897 in Harlingen was gehuwd met Willem De Vrij senior. Jannie kreeg rond 1935 een ernstige buikaandoening als gevolg van vermoedelijk een leveraandoening met ascites (buikvocht) en moest regelmatig naar het Diakonessenhuis in Leeuwarden worden vervoerd. De N.V. "R.A.M.I." (Rijwiel-Automobiel-Motor-Import) voorheen de Firma C. Nauta & Co was de toenmalige ziekenvervoerder in Leeuwarden. Jannie had onderweg veel geleden en Willem was dus niet tevreden over dit vervoer (foto 2). In 1935 kwam een vertegenwoordiger van de Utrechtse auto-importeur K. Landeweer met een Cadillac-ambulance uit 1931 naar Leeuwarden, omdat de N.V. "R.A.M.I." interesse had voor deze auto (foto 3). De firma K. Landeweer was in Utrecht gevestigd aan de Biltstraat en was destijds importeur van Cadillac en LaSalle in Nederland. Zij leverden in die jaren aan meerdere (gemeentelijke) ziekenvervoerbedrijven Cadillac-chassis voor de opbouw van ziekenwagens. De auto werd voor de nacht gestald bij De Vrij aan de Ruysdaelstraat 8 in Huizum (Leeuwarden). Willem was direct helemaal gek van deze prachtige auto al was het alleen maar om zijn dochter mee naar het ziekenhuis te kunnen vervoeren. En zo kreeg niet de N.V. "R.A.M.I.", maar De Vrij de Cadillac in de garage en begon Ziekenvervoer De Vrij in Leeuwarden.

Schietpartij in Huizum

Hij had de auto nog maar een paar dagen in zijn bezit toen er een schietpartij was in Huizum. De gewonden werden afgevoerd met de Cadillac naar het Diakonessenhuis. Daar ontving de chirurg H.L. Straat dit kapitale vervoermiddel en was diep onder de indruk. Voortaan mocht alleen De Vrij nog voor het Diakonessenhuis rijden (foto 4)! De N.V. "R.A.M.I." zet het ziekenvervoer met twee ziekenauto's voort, maar vertoont geen groei meer in het aantal gereden kilometers voor Het Groene Kruis. Vermoedelijk in 1941 staakt de N.V. "R.A.M.I." het liggend ziekenvervoer wegens benzineschaarste.

Droevig einde voor eerste Cadillac

De eerste ziekenwagen was dus een Cadillac Series 353 uit 1931 met een in die dagen meer voorkomende carrosserie . Ook Bink uit Den Haag en Van Nieuwkoop uit Oegstgeest hadden bijvoorbeeld een overeenkomstige Cadillac met een overeenkomstige carrosserie. Boven de voorruit zat een verlicht groen kruis dat later werd vervangen door een rood kruis met daarin het groene kruis. Hiermee werd aangegeven, dat de ziekenwagen als ziekenwagen goedgekeurd was voor het vervoer van zieken en gewonden door het Provinciale Groene Kruis en later door het Nederlandse Rode Kruis. Het kenteken B-21473 werd op 24 juli 1935 op naam van Willem De Vrij afgegeven. Deze Cadillac werd in september 1944 gevorderd door de Duitsers en naar het Kamp Vught afgevoerd. Na de oorlog werd hij aldaar volledig verwoest in een sloot teruggevonden, maar door Willem en een chauffeur achtergelaten als onherstelbaar.

Cadillac met 12 cilinder motor

In 1936 werd een tweede Cadillac Series 36 met het kenteken: B-21391 met een 12 cilinder motor aangeschaft (foto 5)! Het Carrosseriebedrijf Rust uit Groningen zette er een ziekenwagenkoets op (foto 2). Hij werd tijdens de vordering in september 1944 uit handen van de Duitsers gehouden door tijdig de assen onder de kolenopslag van het bedrijf aan de Ruijsdaelstraat te verstoppen. Na de oorlog werden deze assen er weer onder gezet. In 1948 of 1949 werd de 12 cilinder motor bij de Ford-dealer Rosier in Leeuwarden vervangen door een 8 cilinder Ford motor, waarna de auto tot 1952 bij De Vrij heeft dienst gedaan. Zijn ziekenwagenbestaan was daarmee niet ten einde. Hij werd als ziekenwagen verkocht naar de Gemeente Neede.

Met horten en stoten de oorlog door

In de oorlog werd een Ford V8 zevenpersoons sedan omgebouwd tot ziekenwagen. De patiënt werd door de achterklep naar binnen geschoven. Toen de benzineschaarste toesloeg, kreeg deze auto gasflessen op het dak.

Moeizaam herstel na de oorlog 

Direct na de oorlog kreeg De Vrij de beschikking over een Austin K2Y-legerambulance (‘Bellenwagen') van het Engelse leger uit 1942 (foto 6). Deze was eigendom van het Nederlandse Rode Kruis (en behield dan ook zijn provinciale kenteken van Zuid-Holland) en was aangepast door Gebroeders Visser Carrosseriebedrijf in Leeuwarden. Met deze Austin werden regelmatig transporten uitgevoerd naar Arnhem en Nijmegen om evacués uit die steden terug te brengen vanuit Friesland naar hun in de oorlog gebombardeerde woonplaatsen.

Lincoln van De Jager & Wierda uit Heerenveen

Na de oorlog kocht Willem De Vrij in 1946 van het ziekenvervoerbedrijf de Jager & Wierda uit Heerenveen een Lincoln type KB ziekenwagen uit 1934 met het kenteken B-21473 met massief rubberen banden (foto 7). Op deze banden kon je niet fatsoenlijk rijden. Bij de autosloper Knoop uit Aduard werden op andere velgen luchtbanden gekocht en op de Lincoln gemonteerd. Deze auto werd in 1950 vervangen door de Packard en daarna nog een jaar verhuurd aan Van der Ziel in Assen, waarna hij werd gesloopt.

Packard met sirene en zuurstof aan boord

Zoals zoveel ziekenvervoerbedrijven in Nederland profiteerde ook De Vrij van het grote aantal Packard DeLuxe Super Eight -chassis dat in 1950 in het kader van de Marshallhulp voor ziekenwagens beschikbaar kwam. Bij Smit in Joure werd de ziekenwagenkoets erop gezet en met kenteken B-18491 (later NG-28-11) ging hij de weg op (foto 8). Deze ziekenwagen had als eerste zuurstofapparatuur aan boord en was ook de eerste ziekenwagen met een sirene om zich een weg door het drukker wordende verkeer te banen.

Aan het eind van de vijftiger jaren heeft De Vrij ook nog een Chevrolet-ziekenwagen op bestelwagenchassis van de gemeente Leeuwarden overgenomen. De politie deed hier ongevallenvervoer mee. Met deze Chevrolet zou Broeder de Vries[iv] uiteindelijk zijn vermaarde ambulancebedrijf in Amsterdam zijn begonnen.

Het Buick-tijdperk

Na de Packard brak een tijdperk van Buicks aan. Een zwarte Buick Super Series 50/70 sedan uit 1948 (later kenteken: NK-11-13) werd in 1950 door Brouwer uit Holwerd verbouwd tot een gebroken witte ziekenwagen (foto 9). Vermoedelijk in 1955 werd deze auto verkocht aan Taxibedrijf Kramer uit Hoorn. Voor deze Buick kwam een nieuwe Buick Roadmaster (kenteken: B-22335, later SG-08-01) uit 1955 in de plaats (foto 10). Het was de eerste zwart-witte ziekenwagen, die bij Smit in Joure van een ziekenwagenkoets werd voorzien. Met gouden letters stond er trots W. De Vrij Leeuwarden op de zijkanten.

De eerste zwaailamp

Daarna zou deze zwart-witte kleurstelling met gouden belettering op nog twee achtereenvolgende Buicks worden toegepast. In 1958 kwam de derde Buick ziekenwagen, opnieuw een Roadmaster. Deze Buick was van het modeljaar 1955. Het kenteken VP-14-02 werd in 1957 afgegeven voor een vierdeurs Sedan (foto 11). Door de Carrosseriefabriek Smit uit Joure werd deze auto dus later getransformeerd tot ziekenwagen. Op deze ziekenwagen kwam voor het eerst een gele zwaailamp. Deze gele zwaailampen gingen vooraf aan de blauwe zwaailampen, omdat aanvankelijk ziekenwagens deze blauwe zwaailampen in tegenstelling tot politie- en brandweervoertuigen niet mochten voeren. Pas in 1965 werd het aan ziekenwagens toegestaan ook blauwe zwaailampen te voeren en kwam de drietonige hoorn in de plaats van de sirene op de wagens.

Bergramen voor patientencomfort

De laatste drie Buicks werden uitgevoerd met zogenaamde bergramen. Door deze halfronde ramen in de dakrand kon de liggende patiënt naar buiten kijken. Deze ramen werden bergramen genoemd, omdat zij waren afgekeken van overeenkomstige ramen in autobussen, die met toeristen door de bergen reden. De toeristen konden door deze ramen het prachtige berglandschap bewonderen. De beide Cadillacs, die daarna kwamen, hadden ze ook.

Buick brandt uit

Van de Buick Limited Series 70 werden er volgens overlevering maar drie in Nederland geïmporteerd. De twaalf lovertjes op het achterspatbord zijn voor dit type karakteristiek. Twee daarvan zijn door de Gebroeders Visser uit Leeuwarden omgebouwd tot ziekenwagen. Eén (kenteken: ZD-57-31) kwam bij het Ziekenvervoer R. van der Belt in Heerde terecht en heeft daar tot tenminste 1971 dienst gedaan.

De andere werd aan het wagenpark van De Vrij toegevoegd (foto 12). Helaas kwam aan het leven van deze auto een droevig einde toen hij vermoedelijk in 1965 uitbrandde (foto 13). 

De laatste Amerikaan

Na de Buicks werd het tijdperk van de Amerikaanse auto's bij De Vrij afgesloten met twee Cadillacs Fleetwood (foto 14). Beide waren van het modeljaar 1960 en kregen het kenteken BT-62-46 en DT-29-56, die ook in 1960 werden afgegeven. Het Carrosseriebedrijf Smit in Joure vervaardigde ook van deze twee Cadillacs de ziekenwagenopbouw.

De eerste is voor 8000 gulden in 1977 aan de Gemeente Vlieland verkocht. De FRAM[v] droeg aanvankelijk zorg voor het onderhoud en de bemanning van de auto. In 1981 is deze Cadillac voor een bedrag van 12.500 gulden aan een verzamelaar in Hilversum gegund. Hij was de hoogste bieder van zeventig gegadigden op de uitgezette inschrijving. Jaren later keerde deze auto weer terug in het bezit van Martin De Vrij en zou bij diverse feestelijke gelegenheden ook namens het Nationaal Ambulance- en Eerste Hulpmuseum worden ingezet. Op 14 augustus 2003 werd de ziekenwagen nog één keer voor het vervoer van een echte patiënt gebruikt. Het ambulancepersoneel staakte om kracht bij te zetten aan hun looneisen. De 91-jarige schoonvader Gerrit De Vries -de oprichter van De Vries Assen- moest voor een controlefoto na een paar weken gips naar het Wilhelmina Ziekenhuis in Assen (foto 15). Men was bereid de oude baas nog wel in een ambulance naar het ziekenhuis te rijden, maar niet meer terug naar het verpleeghuis. Goede raad leek duur, maar Martin De Vrij en zijn vrouw Tinie trokken het witte pak aan om met de Cadillac hun vader en schoonvader van het ziekenhuis weer op te halen en naar zijn vertrouwde plekje in het verpleeghuis terug te brengen.

 


Dit verhaal berust grotendeels op de herinneringen van Martin De Vrij opgetekend door K.J.J. Waldeck in 2005 en 2006.

 

Bronnen:

Gras, Thijs - : persoonlijke mededelingen uit de jaarverslagen (1915 - 1941) van de Leeuwarder Auto Commissie van het Provinciale Groene Kruis, augustus 2007

http://nl.wikipedia.org/wiki/Marshallplan

Huizen, Albert van - : Bussen van Smit-Joure. Tachtig jaar carrosseriebouw, Uitgeverij Aprilis-Zaltbommel 2005, pg 28 - 31.

Gras, Thijs - : Van ‘sieckevoerder' tot ambulancedienst. De geschiedenis van het ziekenvervoer in de regio Amsterdam en omstreken, HHS Uitgeverij- Grave 2004, pg 44.

FRAM: Friese Autobus Maatschappij, opgericht in 1971 (fusie van de NOT en de NTM).

Auteur: Hans waldeck; versie 2008 04 19