1918-1986 | Meppel: 'Ze koomt er an' (Deel 3) - De belevenissen van ziekenvervoer Kroeskop

      


Hilbert Kroeskop. Bron: Kroeskop BV, Meppel.

Hilbert Kroeskop. Bron: Kroeskop BV, Meppel.

De bemanning

In letterlijke zin de bemanning, want de eerste vrouwelijke verpleegkundige zou zeer lang op zich laten wachten. Aanvankelijk reden de monteurs uit de garage op de ziekenauto en soms ook Zwiers, op 76-jarige leeftijd! Op de monteurs werd dan ook gemopperd als ze met vieze handen de patiënt kwamen ophalen. Soms viel Hilbert Kroeskop nog wel eens in. Na de monteurs uit de garage kwamen de taxichauffeurs, die weer later –het is dan ongeveer 1970- als parttimers vast op de ziekenauto dienst deden. Adri de Jong, Koos Zwarts en Riekus Nijkamp waren dergelijke taxichauffeurs. Bij de ongevallen moesten de omstanders de chauffeur helpen het slachtoffer in te laden. Thuis werd de familie of soms de buren gevraagd de brancard het huis uit te helpen dragen. Pas rond 1982 reed men met twee mensen op de ziekenauto.
De opleiding bleef in die jaren beperkt tot een EHBO-diploma, hetgeen door de Wet Ambulancevervoer uit 1971 als een minimumeis werd geaccepteerd. Herhalingscursussen schoten er wel bij in. In 1979 werd begonnen met de SOSA-opleiding voor ambulancebegeleider niet-verpleegkundige in Hoogeveen. Koos Zwarts was één van de eerste. Pas in het begin van de jaren negentig kwam de eerste verpleegkundige (Adri Duizendstra) uit het Diaconessenhuis. Willem Wemmenhove geeft toe, dat het personeel van de ziekenauto’s weinig toezicht kregen. Het werd een schone opdracht voor Adri om daar met enthousiasme wat aan te doen.
De ziekenauto rukte overigens niet uit voordat de dokter gewaarschuwd was en deze om een ziekenauto verzocht had. Soms ging de huisarts direct mee op de wagen, zoals de oude dokter Kasdorp wel deed of reden zij met hun eigen auto achter de ziekenauto aan.
Eén Meppeler heeft iedereen bij de ambulancedienst altijd verbaasd doen staan. Dat was Andries van de patatkraam aan de Parallelweg bij de spoorwegovergang. Hij luisterde altijd de scanner uit. De chauffeurs zagen bij het voorbijgaan Andries in zijn kraam staan, maar als ze ter plaatse waren, was Andries er altijd al. Niemand wist hoe hij het iedere keer weer klaarspeelde. Andries was helemaal geen EHBO-er. Hij vond het alleen maar verschrikkelijk mooi. Lastig was hij nooit en om een handje uit te steken was hij ook niet te beroerd.

De uitrusting

Tot aan de Wet Ambulancevervoer (1971) was de uitrusting van ziekenauto’s zeer bescheiden. Natuurlijk waren ze allemaal uitgerust met een brancard; en meestal ook wel met een EHBO-kistje. Maar meestal bleef het daarbij. Ook de ziekenauto’s van Kroeskop waren beperkt in hun uitrusting. Het EHBO-kistje was er, maar er werd weinig meegedaan. Ook de draadspalken voor breuken van het onderbeen en de arm ontbraken niet. Er waren zelfs zuurstofflesjes aan boord, maar ze waren vaak leeg, aldus zegslieden. Het inventarisbesluit van de Wet Ambulancevervoer stelde pas in 1978 nadere eisen aan de uitrusting aan een ambulance. De eerste defibrillator kwam van de Hartstichting, maar nog zonder monitor. Een hartritme kon je dus niet zien. Er werd op aanwijzing van een arts ‘blind’ geklapt, zoals dat heette. Het kan, maar je moet wel weten wat je doet. Dit veranderde allemaal na 1978, vooral met de komst van de verpleegkundigen. Toen werden ook de twee ziekenauto’s van Kroeskop volwaardige ambulances.

Memorabele gebeurtenissen rond Meppel

Interviews eindigen altijd met de belevenissen. Het is soms net visserslatijn. De gebeurtenissen worden alsmaar mooier, dramatischer en ingewikkelder. Maar één ding spreekt er altijd weer uit en dat is liefde voor het vak en de wil om een medemens onder alle omstandigheden te helpen. Memorabele gebeurtenissen zijn gebeurtenissen, die in het geheugen van de mensen in de ambulancezorg staan gegrift. Zij hebben grote indruk gemaakt en werden niet vergeten.
De Pijlerbrug over de Drentse Hoofdvaart was een beruchte ongevalsplek. Daar schoof eens een personenauto frontaal onder een vrachtwagen. De vrachtwagen reed de gehele bovenzijde van de auto af. De bestuurder overleefde het ongeval natuurlijk niet. Alleen zijn bekken en benen waren nog op de bestuurdersstoel achtergebleven.
In Ruinerwold was iemand zijn dakgoot aan het schoonmaken. De man gleed van de ladder en viel pardoes met zijn borst op een stalen hek. Een pen van het hek stak door de borst en moest met een snijbrander losgebrand worden. Er moesten heel wat emmers koud water aan te pas komen om het slachtoffer te beschermen. Maar hij heeft het wel overleefd!