1898-1976 | Meppel: 'Ze koomt er an' (Deel 1) - Kroeskop: klokkenmaker, rijwielhersteller en garagehouder.

     


Arij Kroeskop. Bron: Kroeskop BV, Meppel.

Arij Kroeskop. Bron: Kroeskop BV, Meppel.

Motorfietsen en automobielen

In 1890 op dertienjarige leeftijd begon Arij Kroeskop in zijn geboorteplaats Meppel als leerjongen bij de klokkenmakerij Kok in de Woldstraat. Toen Arij twintig jaar was, werd aan de klokkenmakerij een rijwielzaak verbonden. Fietsen met een hoog en een laag houten wiel met kurken banden werden er verkocht en gerepareerd. Het was leven, het was snelheid, het was iets nieuws voor de jonge Arij. Toen de zaak in 1898 werd opgeheven nam Arij hem over en de klanten gingen natuurlijk mee. Arij was jong en hij wilde wat. De klokken gingen aan de kant al zou hij er later nog vele repareren. Op 30 november 1898 richtte hij de eerste Meppeler Rijwielhandel en Reparatie-inrichting op. Hij koos domicilie op een zolderverdieping van een herberg aan het Katteneinde (nu Zuideinde). Bij de aanschaf van een fiets kreeg men gratis fietsles. Maar ook de eerste motorfietsen waren voor Kroeskop niet te versmaden. In 1905 begon Arij met de verkoop van motorfietsen met riemaandrijving, hielbanden en carbidverlichting. Arij was zelf één van de eerste motorrijders op een Minerva in Meppel. Wanneer die motorfietsen en ook de eerste auto's in de verte werden opgemerkt, riepen de wandelaars geschrokken snel vooruit:
‘Ze koomt er an'
.

In 1923 kon Kroeskop met de R.K. Kerk grond ruilen. Zo kwam hij in het bezit van een terrein aan de Weerdstraat (Weerdstraat 2). Op dat terrein werd een grote garage gebouwd voor de handel van nieuwe en gebruikte automobielen en motorfietsen. Prachtige merken kwamen bij Kroeskop onder handen; Amerikaanse (Indian), Belgische (FN), maar ook Nederlandse (Altena en Simplex) motoren en Amerikaanse (Essex, Graham, Ford, Chevrolet en Hupmobile), Engelse (Austin) auto’s en natuurlijk de beroemde Nederlandse Spyker. Zoon Hilbert (later beter bekend als Broer Kroeskop) kwam in 1914 op dertienjarige leeftijd in de zaak. In de loop van de Eerste Wereldoorlog werd het hele personeel inclusief Arij en Hilbert in dienst geroepen bij het wielrijderskorps in Gouda. Hilbert moest bandenplakken, maar was al gauw belast met de motorfietsen. De wegen waren nog van zand en kienderheuffies. Daar konden de motorvoertuigen slecht tegen. Er viel dus veel te repareren. In 1926 kwam de toen veertienjarige R. Westerhuis in dienst. Zijn vader gaf de oude Kroeskop de opdracht maar iets van hem te maken. Hij bleef uiteindelijk als bedrijfsleider tot 1976, toen het bedrijf na het overlijden van Hilbert op 1 januari van dat jaar verkocht werd aan Wemmenhove Zuidwolde BV.

Kroeskop blijft Kroeskop

Willem Wemmenhove  had al een lange relatie met Kroeskop. In 1939 was hij als leerling bij Kroeskop gekomen, omdat hij zo verschrikkelijk graag het autovak wilde leren. In 1934 was hij van de ambachtsschool afgekomen. Daar had hij de theorie van het autovak al geleerd, maar ‘dat stelde niks voor’ vindt hij zelf. Er heerste forse werkeloosheid. In daarop volgende jaren had hij -aanvankelijk zelfs voor niets- gewerkt bij een smid in Fluitenberg (bij Hoogeveen) en later in Koekange. Hij verdiende daar ƒ 3,50 per week plus kost en inwoning. Bij een smid in Zuidwolde kreeg hij in 1936 ƒ 5,50 per week met kost en inwoning. Hij moest dan wel iedere zaterdag op stap om ‘om werk te bedelen’. Bij Kroeskop was het eerst alleen maar auto’s wassen en poetsen, vooral de bumpers. Hij steeg in de achting van Kroeskop, toen met het inparkeren door een monteur een achterlicht van een auto van een klant beschadigd werd. Niemand kon het achterlicht lassen, maar die ‘boer uit Zuidwolde’ wel. Deze gebeurtenis was een keerpunt in  het leven van Willem Wemmenhove. Na eerst na de oorlog in Zuidwolde zijn eigen garagebedrijf te zijn begonnen, neemt hij in 1976 het bedrijf van Kroeskop, dat inmiddels in 1955 Mercedes-Benzdealer was geworden, over.

Kroeskop wordt Wensink

(in voorbereiding)