1953-1957 | Waddenvliegtuigen

De Waddeneilanden zijn niet altijd bereikbaar met de boot als gevolg van bijvoorbeeld ijsgang. Bovendien kan de toestand van de patiënt het noodzakelijk maken, dat snel vervoer naar de vaste wal gewenst is. Al voor de Tweede Wereldoorlog werd in 1933 een Fokker SIIa van het leger als ambulancevliegtuig ingezet voor het vervoer van patiënten vanaf de Waddeneilanden!

Na de oorlog werden vanaf Vlieland in toenemende mate patiëntenvluchten uitgevoerd door de Luchtmacht en in de vijftiger jaren een paar jaar door een eigen ‘Waddenvliegtuig'.

 


De Fokker S-IIa ambulancevliegtuig van het Nederlandse leger (registratie: L.94) op de Vliegbasis Soesterberg. (Bron: Collectie Harm Hazewinkel, Voorburg| Nederlands Instituut voor Militaire Historie)

De Fokker S-IIa ambulancevliegtuig van het Nederlandse leger (registratie: L.94) op de Vliegbasis Soesterberg. (Bron: Collectie Harm Hazewinkel, Voorburg| Nederlands Instituut voor Militaire Historie)

 

Ambulancevluchten voor de oorlog vanaf de Waddeneilanden

Vermoedelijk heeft een Fokker S-IIa (registratie: L.94) van het Nederlandse leger met als piloot de kapitein-vlieger W. Versteegh en begeleid door de vliegerarts J.L. Brouwer op 8 december 1933 de eerste ambulancevlucht naar de Waddeneilanden uitgevoerd. Het was een vlucht van Schiermonnikoog naar Eelde met twee zieke kindertjes. De Fokker S-IIa was de enige Fokker uitgerust als ambulancevliegtuig, die gestationeerd was op de Vliegbasis Soesterberg (foto 1, 2 en 3). Een week later werd met hetzelfde vliegtuig en dezelfde bemanning een jongedame met een blindedarmontsteking van Ameland naar Schiphol gebracht, omdat in Amsterdam haar familie woonde. Op 3 januari 1939 bracht Daan Lambermont opnieuw met dezelfde Fokker een patiënte van Ameland naar de Vliegbasis Leeuwarden om opgenomen te worden in een ziekenhuis van de Friese hoofdstad.

 

Luchtvaarttroepen op de Vliehors

Toen in 1948 de toenmalige Luchtvaarttroepen -de voorloper van de Luchtstrijdkrachten en weer later de Koninklijke Luchtmacht- met oefeningen op de Vliehors begon, was er behoefte aan een kleine airstrip voor vleugelvliegtuigen, omdat niet altijd op het strand geland kon worden. Een jaar later kon tot 1955 in overleg met de heer Cupido van het Posthuys en eigenaar van de eerste Kroonpolder ook voor patiëntenvervoer een klein stripje in die polder gebruikt worden. De Luchtvaartroepen maakten gebruik van een ‘Piper', een klein toestelletje, waarmee uitsluitend zittende patiënten konden worden vervoerd (foto 4). In 1954 werd ook een grotere airstrip aangelegd in de vierde Kroonpolder, zodat grotere vleugelvliegtuigen, zoals de DHC (DeHavilland Canada) ‘Beaver' op het eiland konden landen. Rond 1967 werden de eerste ambulancevluchten door de Koninklijke Luchtmacht uitgevoerd met een Alouette III-helikopter (foto 5 en 6) en vanaf 1994 met een Agusta Bell 412 SP (foto 7 en 8). Op werkdagen stonden deze helikopters overdag ten behoeve van de luchtmachtoefeningen op en rond de Vliehors eerst stand-by op Terschelling, maar later op Vlieland. Buiten deze uren keerden de helikopters terug naar Ypenburg (bij Den Haag) en later naar de Vliegbasis Leeuwarden.

 

Het echte Waddenvliegtuig

In het begin van de vijftiger jaren is veel gesproken over een eigen vliegtuig voor ziekentransport vanaf de Waddeneilanden. Op 23 juli 1953 werd na toestemming van de gemeenteraden van Vlieland, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog een dergelijk vliegtuig gemeenschappelijk aangeschaft. Het was een gebruikte Auster Mk V (registratie: PH-NET), die was overgenomen van de heer M. Smits van Smits Vliegtuigen Import uit Voorschoten. Het vliegtuig werd op 12 december 1953 geregistreerd op naam van de gemeente Ameland te Nes en was uitgerust met een brancard en droeg een rood kruis op de romp (foto 9). In 1954 zou een gemeenschappelijke regeling in het gebruik van het toestel voorzien. Het was voor onderhoud gestationeerd op de Vliegbasis Leeuwarden en werd gevlogen door luchtmachtpersoneel, zoals de vliegers Van Norden, Ten Oever, Bak, Van der Burgt, Hommerson, Hateboer, Verspoort, Steinfoorn, Van de Vijgh en Vogelzang. Het werd niet alleen voor ambulancevluchten gebruikt, maar ook voor het vervoer van post, vracht en passagiers.

De eerste patiënt zou op 28 januari 1954 van Leeuwarden naar Ameland worden vervoerd, ware het niet, dat het vliegtuig iedere dienst weigerde als gevolg van een kapotte magneet. Het heeft meer dan 200 vluchten gemaakt, ook met hoogwaardigheidsbekleders (foto 10). Het zou voor minimaal 86 Waddeneilandbewoners levensreddend zijn geweest. Het vliegtuig bleek toch zeer onderhoudsgevoelig. In juli 1955 keurt de Rijksluchtvaartdient het toestel af en moest voor reparatie naar de Nationale Luchtvaartschool in Hilversum. Op 21 november van dat jaar kan het weer worden opgehaald. Twee jaar later mag het vliegtuig weer niet vliegen alvorens een aantal maatregelen zijn getroffen, waarna op 12 augustus de gemeenteraad van Ameland besloot het vliegtuig te verkopen, indien de overige Waddengemeenten, alsmede Gedeputeerde Staten ook instemmen. Het vliegtuig werd al op 28 augustus 1957 voor 5000 gulden verkocht aan de heer G.J. van der Sluis uit Amstelveen en zou uiteindelijk op 11 mei 1970 in het Militair Luchtvaart Museum in Soesterberg terecht komen om in 1988 weer in civiele handen te komen. Het vliegt nu nog steeds op zijn Nederlandse registratie PH-NET op het vliegveld Seppe bij Roosendaal, maar staat wel te koop. De gemeenschappelijke regeling werd pas op 7 juli 1961 opgezegd en eindigde op 1 januari 1963.

 

Bronnen:

Bosma, Yntze - en René Bijma: 50 Jaar ‘Cornfield' Range, Grafisch Centrum Korps Luchtmachtstaf - 's-Gravenhage 1999, pp 107 - 118

Brink, Bjorn van den - en Ina Nagtegaal: Logboek van een vliegveld. Vliegveld Ameland in de periode 1916-2007, Werkgroep 50 jaar vliegveld Ameland, 2007, pp 89 - 132

Dekker, Herman - : Historisch Nederlands Luchtvaartregister, persoonlijke mededelingen juni 2008

Hazewinkel, Harm - : persoonlijke mededelingen juni 2008

Tuinstra, Sjouke - en Thijs Gras: Motus in caritatem. Kijlstra zorgt voor vervoer, HHS Uitgeverij - Grave 2007, pp 99 - 100

versie: 2008 07 07; auteur: Hans Waldeck