Op 9 juli 1932 werd op Soesterberg het eerste Nederlandse ambulancevliegtuig aan genodigden van onder andere Het Groene Kruis, Het Witte Kruis en het Nederlandse Rode Kruis, alsmede van de geneeskundige inspectie gepresenteerd. Tweeëneenhalf jaar eerder waren vertegenwoordigers van deze organisaties bij de minister van Defensie geweest om hem te verzoeken een legervliegtuig voor dit doel ter beschikking te stellen en dit om te laten bouwen voor het vervoer van zieken en gewonden. Vooral in de winter waren in die jaren de Waddeneilanden, maar ook de Zeeuwse eilanden door ijsgang moeilijk bereikbaar en ziekenhuizen waren op slechts enkele Zeeuwse eilanden en in het geheel niet op de Wasseneilanden beschikbaar. Een enkele maal was een patiënt met een vliegtuig van de KLM vervoerd, maar dit vervoer was kostbaar en een vliegtuig was niet altijd beschikbaar (foto 1).
De minister van Defensie bewilligde
De minister van Defensie had kennelijk voldoende argumenten om aan dit verzoek te voldoen en daarmee de commerciële luchtvaart niet in de vleugels te vliegen. Het vliegtuig moest van het klein model zijn, dat van kleine vliegvelden of zelfs van geïmproviseerde strips moest kunnen landen en weer opstijgen. Het toestel, dat voor dit doel geschikt gemaakt werd, was een open Fokker S-II. Het had een strip van maximaal 200 meter nodig op te kunnen landen en opstijgen en lag heel rustig in de vlucht. De plaats voor een liggende patiënt was betrekkelijk klein, maar een ziekenraam ‘De Mooij' paste precies. De begeleidende verpleger of arts kon een plaats krijgen naast de vliegenier. De kosten zouden zeer gering kunnen blijven. Afdelingen van Het Groene Kruis en Het Witte Kruis zouden om het vliegtuig kunnen verzoeken via het Centraal Bureau van Het Groene Kruis in Utrecht. Het was ook deze organisatie, die voor de betaling van de kosten garant moest staan.
De Fokker S-II als ambulancevliegtuig
Het vliegtuig, dat als eerste Nederlandse ambulancevliegtuig werd ingericht, was dus een Fokker S-II. Het was een open tweezitter, dat gebruikt werd voor vlieginstructie. Het was bijzonder geschikt vanwege zijn vliegeigenschappen en het kunnen landen op kleine vliegvelden en geïmproviseerde strips. Het vliegtuig was door de Vliegmedische Dienst van de Militaire Luchtvaartafdeling te Soesterberg in samenwerking met de Technische Dienst van dezelfde afdeling van een met behulp van een verend (!) brancardonderstel en een kap voorzien (foto's 2, 3, 4 en 5). De vering van het brancardonderstel werd verkregen door een aantal tuimelaars en ‘silent blocks' verend aan twee buizen in de langsrichting te bevestigen.
De vlieger-arts J.E. Brouwer van de Vliegmedische Dienst sprak de hoop uit, dat ‘tenminste één onzer ziekenhuizen in de onmiddellijke nabijheid over een landingsterreintje beschikt, zoodat de patiënten niet behoeven te worden overgeladen, en verdient het aanbeveling bij den bouw van nieuwe ziekenhuizen reeds thans hiermede rekening te houden'.
De eerste ambulancevlucht met dit vliegtuig zou op 8 december 1933 met twee zieke kinderen worden uitgevoerd van Schiermonnikoog naar Eelde.
Bronnen:
Beijerman: Het vliegtuig voor zieken en gewonden, Het Groene en Witte Kruis 28(1932) - (162-163)
Dekker, Herman - : Historisch Nederlands Luchtvaartregister, persoonlijke mededelingen juni 2008
Hazewinkel, Harm - : persoonlijke mededelingen (Jan den Das) juni 2008
Brouwer, J.E. - : Het eerste Nederlandsche ambulancevliegtuig, Het Reddingwezen 21(1932): - (191-192)
Mosselman, W. - : Ziekenvervoer per vliegtuig. Winterervaring op een eiland, Het Groene en Witte Kruis 30(1934): - (13)
Tuinstra, Sjouke - en Thijs Gras: Motus in caritatem. Kijlstra zorgt voor vervoer, HHS Uitgeverij - Grave 2007, pp 99 - 100